L&B KNETTER            EVOLUTIONAIR VERWARD

 

We onderscheiden ons in het dierenrijk door het gemak waarmee we knettergek kunnen worden. Ondanks gigantische onderzoeksbudgetten weten we nog niet hoe dat komt.

 

In termen van menselijk leed zijn psychische stoornissen als DIS* en schizofrenie omgeven met mysterie en onmacht, in termen van maatschappelijke kosten spant schizofrenie de kroon. Desondanks is het een raadsel waarom vooral migranten in stedelijke agglomeraties slachtoffer zijn en waarom hun respons op behandeling zo sterk varieert.

   De aandoening vertoont genetische overlap met bipolaire– en ontwikkelingsstoornissen als autisme. De diagnose berust op aantoonbare veranderingen in de hersenen en wijzigingen van neurotransmissie via dopamine die direct gerelateerd is aan hallucinaties en wanen. DIS wordt vooral behandeld door traumaverwerking met behulp van verschillende technieken zoals psychoanalyse, hypnotherapie, cognitieve gedragstherapie en integratietechnieken. Met medicamenten die het dopamine-systeem blokkeren, kunnen hersenschimmen en waanbeelden worden bestreden, maar cognitieve en motivationele stoornissen laten zich minder makkelijk uitschakelen.

   Ondanks intensief neurologisch onderzoek, meestal gecombineerd met kernspinresonantie, is over het onderliggende mechanisme van de cognitieve stoornissen nog weinig bekend. Dit is vooral te wijten aan praktische problemen bij het meten van neurotransmitterconcentraties in onderscheiden hersengebieden bij mensen. Bij dieren zijn dergelijke metingen wel mogelijk, met behulp van de zogenaamde microdialysemethode. Moreel wordt het minder bezwaarlijk gevonden om bij dieren direct de lokale neurotransmitteractiviteit te veranderen door middel van intracerebrale injecties van (ant)agonisten. Daarmee kan dan een causaal verband tussen neurotransmitteractiviteit en -functie worden vastgesteld.

   Hoewel dierexperimenteel onderzoek enkele inherente voordelen heeft boven humaan onderzoek, zijn er ook een paar nadelen. Dit geldt vooral voor de vertaalbaarheid van de verkregen resultaten naar de klinische praktijk, zoals bijvoorbeeld hallucinaties en waanideeën niet in een dier kunnen worden geëvalueerd. De cognitieve aspecten van schizofrenie en vooral de stoornissen in informatieverwerking bieden hier een uitweg. Dankzij de evolutionaire continuïteit van cognitie kunnen deze worden bestudeerd met behulp van paradigma’s die op vrijwel identieke wijze ook op dieren kunnen worden toegepast.

 

*Dissociatieve Identiteitsstoornis